Help! Mijn kind gaat schermen

En wat nu …
Onze kinderen mogen een sport doen naast een andere soort activiteit (Scouting, muziek, tekenles, etc). Toen mijn zoon een jaar of zeven was had hij de sport gekozen, hoor: Schermen! Hoe kom je dáár nou bij? “Gewoon…” Nu, jaren later is het nog niet duidelijk hoe hij in vredesnaam dit idee heeft gekregen. In elk geval is in Huizen geen schermvereniging (waar eigenlijk wel), en is hij met zeven nog een tikkeltje te klein om zoiets geks te gaan doen.

Ooit waren ze allemaal zo jong!

Omdat hij het volhoudt dat hij echt wil gaan schermen zijn we een jaar later maar eens gaan kijken waar je zoiets nou kan doen. Niet in ons dorp, en ook niet in de buurt. Gewoon maar eens gaan internetten, en dan blijkt er een schermvereniging in de buurt in Baarn te zijn. Er blijkt zoiets te zijn als een setje proeflessen, waar je een paar keer mee mag doen zonder meteen lid te worden. Eens kijken of het echt zo’n elitaire sport is, en of er wat aan is. Op dat moment kenden we schermen alleen maar van de plaatjes en een paar dingen erover gelezen. Nooit in het echt gezien, en natuurlijk ook nooit gedaan. Maar we wisten wel dat het niet de drie musketiers zou lijken (want dat is niet elitair).

Eerste lessen
Zo’n eerste les blijkt heel informatief te zijn. Schermen wordt blijkbaar in een gewone sporthal gedaan, en de trainer heet een maitre (tuurlijk: mooi Frans). Gelukkig hebben ze niet van die maillots aan die je soms bij ballet ziet, maar gewoon witte pakken of zelfs een simpele trainingsbroek erbij. Het begint met wat algemene opwarmoefeningetjes (klooien met een bal enzo). Dan moeten al die kindertjes zo’n wit pak aan, en een dun zwaardje pakken en krijg mijn zoon de eerste uitleg: wat moet je met zo’n zwaardje doen. Blijkt eigenlijk een simpel principe: je moet ermee prikken en niet hakken. En je leert je eerste termen: het zwaardje heet floret, prikken heet ‘steken’ en de witte pakken zijn ‘schermvesten’. Volgende week terug.

De lessen zijn voor deze jongste leeftijdscategorie van zes uur tot kwart over zeven ‘s avonds. Dat komt meestal natuurlijk rottig uit, want dat is etenstijd. Maar we vinden er wat op: het gezin eet vroeg, en dan brengt mijn vrouw hem helemaal naar Baarn (kost een kwartiertje over de autoweg), en gaat na rustig afleveren weer naar huis. Ik werk in Amersfoort, blijf lekker wat langer doorwerken, en ga dan om half zeven a zeven uur naar Baarn. Kan ik nog even op de tribune kijken naar wat er allemaal toch gebeurd. En na de les zoonlief ophalen in de kleedkamer en weer naar huis. Beetje laat thuis voor een jochie van acht, maar vooruit: hij wordt al groot.

Dan wordt het Sinterklaas/verjaardag/Kerst of een andere cadeautjesgeefgelegenheid, en wat moet je ‘m dan toch geven? Makkelijke keuze: alles is hartstikke duur dus je begint met het goedkoopste. Een handschoen is heel bijzonder en kan je dus niet bij de Praxis kopen. Speciaal gevoerd met bescherming en zo en ik denk ook puurgouddraden want zo’n ding (je hebt er maar een van nodig: het gaat niet om een paar) kost toch nog ruim twee tientjes. Voor de hygiene is ook een masker een van de eerste dingen die je gaat kopen, en voor de stoerigheid natuurlijk een eigen floret! Maar met een masker en floret ga je over serieuze kosten praten, dus dat kan alleen als mijn zoon belooft om minstens een half jaar heel serieus deze sport te doen, en niet na een maand of wat zeggen dat het toch niets is. Dat was een deal. Ook bij foeballe moet je foebalschoenen hebben, dus bij schermen hoort ook een instap. De overige uitrustingdingen die je nodig hebt (eigenlijk alleen nog het schermvest) wordt als onderdeel van de training door de vereniging beschikbaar gesteld: goede zaak.

Tijdens de eerste lessen krijg je wel door dat schermen een gewone sport is net als pingpongen en foeballe. Elke week trainen en de oudere schermers gaan in sommige weekenden iets met wedstrijden en toernooien meedoen. De lessen tijdens de training zijn gericht op het beter begrijpen van wat de fijne kneepjes van schermen zijn, goed aangepast aan het denk- en begripsniveau van kinderen van 7 tot 10 jaar. En gewoon leuk bezig zijn met een potje schermen: hup, lekprikken die tegenstander. Hoe je met schermen punten kan scoren wordt ook duidelijk: elke rake prik is een punt. Maar voor een een punt officieel raak is (touche heet dat dan) moet je wel aan bepaalde prikvoorwaarden voldoen, zoals recht van aanval: wie begint met prikken mag een punt prikken. En dan moet de ander afweren en dan heeft die de beurt en mag het punt proberen te prikken.

Oefenen in sportiviteit
Na een jaartje lessen heeft mijn zoon duidelijk de basisbeginselen onder de knie.

Campiche gaat verhaal halen bij de scheids

Toevallig organiseert Vivas deze maand het jeugdpuntentoernooi en de maitre besluit dat een aantal kinderen die misschien nog niet aan echte toernooien toezijn wel aan ons eigen puntentoernooi mogen deelnemen, waaronder ook zoonlief. Op de zaterdag in kwestie komen we vroeg naar de sporthal, en helpen met strepen op de grond te plakken (op aanwijzing van de maitres) waar de lopers (schermveldjes) zijn. Smalle reepjes van een meter breed en dik 10 meter lang. Normaliter wordt er gewoon geschermd zonder specifiek afbakeningen, maar dit maakt het dus formeler.

Tijdens het toernooi komen er schermkinderen uit heel Nederland: d’r zijn wel 100 of meer kinderen bij het puntentoernooi. Tjee, nog nooit zoveel schermers bij elkaar gezien. Ze komen echt van heinde en ver: Groningen, Limburg, maar ook dichterbij als Almere en Amsterdam, waar echt allemaal schermvereningen blijken te zijn. Na wat verder praten blijkt wel dat dit dan ook een heel groot deel is van alle schermers van Nederland: Daar zijn er geen duizenden van, hooguit honderden, nou vooruit laten het er duizend zijn. Blijkt het dus wel een heel kleine sport te zijn, maar gelukkig toch niet zo heel erg elitair.

De sfeer tijdens zo’n puntentoernooi is heel sportief. De kinderen maken makkelijk vriendjes met andere schermers, en bij elk potje gaat het wel om het winnen, maar als dat dan ook gelukt is (of niet) kan er ook meteen weer met de tegenstandig gezellig gekeuveld worden over van alles en nog wat. Leeftijden lopen uiteen van een jaar of 9 tot een jaar of 16. Het principe is makkelijk: een potje is af als de eerste vijf treffers heeft: die heeft dan vijf punten behaald, plus tien extra voor het winnen. De verliezer krijgt alleen zijn treffers als punten. Omdat ze vaak in een poule met zes kinderen zitten en ze op zo’n middag een dubbele ronde doen (dus ieder doet 10 wedstrijden) is het maximale wat je op een dag kan halen 150 punt. Stel je zit in een grotere of kleine poule en de poule gaat zo snel niet en ze doen maar 8 wedstrijden ieder, dan wordt het totaal gecorrigeerd tot weer dat maximum van 150 punten. En dan maar punten verzamelen, want als je 250 punten hebt krijg je een diploma, en bij 500 en 750 punten weer een, en bij duizend zelfs een badge voor op je pak. Dan ga je ook elektrisch schermen, dus met een grijs geleidend vest aan meetapparatuur vast. Daardoor wordt de puntentelling preciezer, en dat is ook wel nodig want dat zijn dan de ervarener schermers. Meer diploma’s volgen bij 1500 punten, 2000 punten (zilver badge), 2500 punten en 3000 punten (gouden badge). Dus veel te verdienen voor de puntenoverzichten, maar met grote klemtoon op sportiviteit en ervaring opdoen.

 

Ja, en wie heeft nou de treffer???

Toernooien en wedstrijden
Als een schermer op de maandelijkse puntentoernooien wat verder is (ruim 1000+), en/of wat ouder is (12+), wordt het mogelijk om aan echte wedstrijden mee te mogen doen. Dat is dan voor de echte KNAS ranglijsten. Alle schermwedstrijden in de hele wereld zijn door de KNAS op zwaarte ingedeeld. Ja, echt allemaal, maar dat zijn er natuurlijk niet zo heel veel voor zo’n kleine sport, want het is geen foebele of zo. De leden van de KNAS kunnen dan deelnemen aan zo’n toernooi. Eindigen ze een beetje hoog (minstens in de bovenste kwart van het deelnemersveld) dan verdien je punten voor de officiele KNAS ranglijst, bijgehouden door dhr Kardolus (een bekende schermnaam). En iedereen wil natuurlijk de beste van Nederland zijn in zijn leeftijdscategorie.

Bij officiele wedstrijden gaat het er wat formeler aan toe dan gewone wedstrijdjes in de vereniging of de jeugdpuntentoernooien. Je moet je van te voren aanmelden (via een handige website www.nahouw.net), en je aanmelding moet door je eigen vereniging ook nog goedgekeurd worden (goedkeuringsverzoek gaat automatisch via mailvan Nahouw naar een maitre van je vereniging). Dan moet je ook echt goede spullen hebben, zoals een dikke schermbroek en -vest, ondervest, masker, elektrisch vest, twee elektrische draden en twee elektrische floretten. Voor jeugdpuntentoernooien kan de vereniging mechanische spullen en kleding wel lenen in het begin, maar voor echte wedstrijden moet je dat toch allemaal zelf hebben. Het kan gelukkig via de vereniging met 10% korting gekocht worden, en de schermkinderen zijn allemaal wel eens jarig en zo. Je bent zo 200 euro kwijt aan zo’n outfit in het nieuw.

Dan vertrek je voor dag en dauw naar een sporthal in Nederland of directe omgeving (net over de Duitse grens is ook nog te doen), zoon- of dochterlief gaat schermen, en pa heeft weer een weekenddag besteed. Wedstrijden beginnen met een of twee poules net als bij jeugdpuntentoernooien om de rangorde te bepalen. Dan komt er een tableau waar nummer 1 tegen nummer 32 schermt, 2 tegen 31, tot en met 15 tegen 16 (of zoiets: heel ingewikkeld), en de verliezer ligt eruit. De tweede ronde zijn er nog 16 schermers, dan de kwartfinale, de halve finale en de finale. Voor iedereen (behalve eentje) eindigt de dag dus in een verliespartij. De sportieven komen daar wel overheen, maar dat laatste stukkie is dus altijd leed. Maar er zijn meestal wel vier prijzen (1,2,3,3) uit te reiken. En voor kwartfinalisten dus ook een vermelding op de officiele KNAS-ranglijst.

Een belangrijk jaarlijks evenement is het Nederlandse Jeugdkampioenschap (NJK). Hier komt het puikje van Nederland bij elkaar om echt te winnen. Het is daarom ook een van de zwaarste wedstrijden van de KNAS, en winnen levert veel punten voor de ranglijsten op. Gelukkig blijkt ook hier de vriendelijke sfeer en sportiviteit de boventoon te voeren, zoals bij alle wedstrijden waar mijn zoon aan meedeed tot nu toe. De volgende stap wordt het meedoen aan internationale wedstrijden, trainen met het nationale equipe, maar dat is nog toekomst.

Uit: het dagboek van een ouder