Schermen: zien en begrijpen

Zien …

Schermen is geen makkelijke sport om naar te kijken, de actie is vaak (te) snel en (te) complex. Als dit al waar is voor de ervaren schermer, dan des te meer voor de niets vermoedende, toevallige toeschouwer. Toch helpt een beetje kennis van wat je kan zien en wat er kan gebeuren je een aardig eind op weg de schermpartij te begrijpen en er zo meer van te kunnen genieten.

Wat er gebeurt …

Trefvlakken

Kort samengevat hebben we te maken met twee schermers, laten we ze voor het gemak Jan en Hein noemen, een scheidsrechter en de meldapparatuur. Jan en Hein vechten een partij uit, zeg om 5 treffers, die bestaat uit een reeks van acties waarbij de treffers toegekend kunnen worden. De meldapparatuur (en bij een partij die niet elektrisch wordt verschermd vier hulpscheidsrechters) geeft aan of er een treffer is gevallen en of deze op een geldig trefvlak is. Dit trefvlak verschilt voor de drie wapens (floret, degen en sabel); een treffer op een geldig trefvlak geeft een gekleurde lamp (rood of groen) en een ongeldige treffer bij floret een witte lamp. Bij degen geeft een gekleurde lamp ook direct toekenning van een treffer (omdat dubbeltreffers zijn toegestaan), bij sabel en floret is de toekenning van de treffer ook nog afhankelijk van het feit of Jan dan wel Hein prioriteit (recht van aanval) had. Hierover beslist de scheidsrechter aan de hand van het verloop van de actie.

… begrijpen wat we zien …

Degen is eenvoudig: beide schermers kunnen uitvallen (desnoods tegelijk) en als ze geldig trefvlak treffen – en dat is het hele lichaam – wordt de treffer ook toegekend. Het maakt hierbij ook niet uit of de ene treffer aanvallend en de ander verdedigend wordt gegeven. Treffen Jan en Hein gelijktijdig (en dit is waar de meldapparatuur belangrijk wordt, het apparaat registreert na een kwart seconde geen tweede treffer meer) dan krijgen ze beiden een treffer (double).

Bij floret en sabel geldt prioritteit (recht van aanval), dat wil zeggen maar één van beide schermers kan een treffer toegekend krijgen bij een actie. Laten we een partij schermen om te zien wat gebeurt. Jan en Hein schermen hierbij op floret, maar bij sabel geldt in grote lijnen hetzelfde. De scheidsrechter informeert eerst of Jan en Hein klaar zijn en geeft daarna aan dat ze kunnen beginnen (trek, of op zijn Frans aller). Na wat passen heen en weer neemt Jan het initiatief, gaat voorwaarts en begint een aanval op Hein. Hij neemt daarbij prioriteit.

De aanval is onderbroken en prioriteit kan overgenomen worden

De aanval is een voorwaartse, ononderbroken beweging waarbij je het trefvlak van je tegenstander met een strekkende arm bedreigt. Als alles goed gaat eindig je de aanval met een gestrekte (wapen)arm en je punt – of bij de sabel de kling – op het (geldig) trefvlak van je tegenstander. Dit kan gebeuren met een uitval, waarbij je je lichaam zeer snel naar voren uitstrekt, maar dat is niet altijd nodig. Lukt dit Jan in één beweging dan spreken we van een enkelvoudige aanval.

Maar goed we leven niet in een ideale wereld en het lukt Jan niet om direct een treffer te plaatsen. Dit kan zijn omdat hij mis steekt, omdat zijn steek te kort is, of omdat Hein tijdig reageert en de aanval afweert of ontwijkt. Hein neemt nu prioriteit als hij meteen reageert (de riposte). Aarzelt Hein dan kan Jan zijn actie hervatten en behoudt hij prioriteit. Aarzelen zowel Hein als Jan dan beschouwt de scheidsrechter de actie als onderbroken en beginnen we van voren af aan.

Aarzelt Hein echter niet en neemt hij het initiatief over dan zien we dezelfde mogelijkheden ontstaan als voorheen, maar nu met Hein in de hoofdrol. Hein kan nu pogen een treffer te plaatsen en Jan moet deze poging ontwijken of weren. Bij twee aan elkaar gewaagde schermers kan dit een paar keer heen en weer gaan.

… en interpreteren waar de treffer valt

Uiteindelijk flitsen de lampen aan – er is een treffer gevallen of zelfs twee – en de scheidsrechter stopt de actie. Jan en Hein blijven nu staan waar ze stonden en wachten op de scheidsrechter. Deze geeft nu een beknopte weergave van de actie, waarbij hij aangeeft wie op welk moment prioriteit had en wie niet. Dit kan uiteindelijk zeer simpel zijn, bij voorbeeld Hein weerde Jan´s aanval, riposteerde en plaatste een geldige treffer. Hein had duidelijk prioriteit en krijgt het punt toegekend.

Is het de scheidsrechter onduidelijk wie de prioriteit heeft op het moment van de treffer(s), dan wordt de actie geannuleerd (gelijktijdige aanval); alleen wanneer Jan bij voorbeeld bij zo´n gelijktijdige aanval mis steekt en Hein steekt op een geldig trefvlak, dan krijgt Hein de treffer toegekend. Met één brandende lamp is de situatie eigenlijk altijd duidelijk, ook al is de prioriteit dat niet. Het is overigens altijd zo dat treffers afgekeurd kunnen worden op basis van overtredingen en/of fouten, maar dat voert hier te ver.

Duidelijk is de rol van prioriteit bij floret en sabel (voor degen is het verhaal eenvoudiger, omdat er geen recht van aanval bestaat). Dit kan soms wat verwarrend werken. Jan begint komt voorwaarts en bouwt een aanval op, onderbreekt deze niet. Toch steekt Hein zonder te weren of te ontwijken eveneens. Zelfs al treft Hein eerder dan nog is de treffer voor Jan mits hij zijn treffer plaatst voordat de sluitertijd afloopt (één seconde na het vallen van de eerste treffer), want hij had prioriteit, Hein´s steek is een tegenaanval.

Back to top